Galerie 23
SBK Galerie
Zoeken
 

Zoek in SBK Galeries en Kunstuitleen

Kunstenaarsgroep Kuru Kalahari

Schilderijen en lino's

15 januari - 12 februari 2006  

De tentoonstelling wordt om 16.00 uur geopend door de heer Dr. Rijk van Dijk, antropoloog Afrika Studiecentrum, Leiden. De tentoonstelling werd gerealiseerd dankzij de medewerking van de Kalahari Support Group in Nederland.


EIGENTIJDSE KUNST OVER EEN RIJK VERLEDEN

Eens bezaten de Bosjesmannen, de San, een groot deel van het zuiden van Afrika. In de loop der eeuwen hebben ze steeds meer gebied moeten inleveren. Stammen uit het noorden waren de eerste veroveraars, het waren echter vanaf de zeventiende eeuw vooral kolonialisten en overheersers uit het westen die de annexatie completeerden. Uiteindelijk werden de Bosjesmannen van hun geboortegrond verdreven. Ze mochten en konden niet meer jagen, er werd op hen gejaagd.

Een restant van de San, de Ghanzi San, leeft nog in Botswana. Om aandacht te vragen voor hun historie, hun cultuur en om hun cultuur te behouden, werd in 1990 het Kuru Cultural Project in het leven geroepen. Het werk van een groep Kuru kunstenaars - hun aantal wisselt, maar ligt tussen de 14 en de 20 - werd als een samenhangende tentoonstelling, telkens geactualiseerd, op allerlei locaties in de wereld getoond. Met succes.

Na een eerste presentatie in het Wereldmuseum in Rotterdam, jaren geleden al weer, krijgt ze nu haar Amsterdamse première.
De oorspronkelijke uitingen van Kuru kunst waren rotstekeningen (sommige gaan 20.000 jaar terug) en gekerfde afbeeldingen in dierenhuiden. Omdat ze zich met de jacht in leven hielden, was de jacht het overheersende thema.

Die oorsprong is nog goed zichtbaar. In bijna ieder werk staan dieren centraal. Steenbokken, elanden, springbokken, giraffes, maar ook vogels, wormen. Ze zijn gesitueerd in een elementair aangeduide omgeving, die zich daardoor niet precies laat identificeren. Soms zijn dat planten of plantmotieven. De kleuren zijn fel, de contrasten groot. Ruimte en tijd worden ondergeschikt gemaakt aan het tafereel, aan de gebeurtenis. De manier waarop de verschillende beeldelementen plat op de meestal éénkleurige ondergrond zijn geplaatst laat daar geen misverstand over bestaan. De kunstenaars maken gebruik van diverse media: schilderij, linoleumdruk, ets, tekening en litho.

Opvallend is, dat deze werken geen uiting geven aan de huidige situatie van de San, dat ze geen kritiek bevatten op wat er in het verleden is gebeurd, maar dat ze, haast als een documentaire, een droog beeld geven van dat verleden. Hooguit valt er een verlangen naar die tijd uit te lezen. Of trots. Ze zijn immers "the first people". Eén van de kunstenaars omschrijft kunst als "een oud recept" en geeft daarmee impliciet aan, dat ze dient om met de ‘zieke' omstandigheden te kunnen leven, niet om ze uit te beelden.

Het is die objectiverende kwaliteit die ertoe bijdraagt dat veel mensen dit werk als authentiek en integer ervaren. Anderzijds zorgt diezelfde kwaliteit ervoor, dat deze kunstenaars nauwelijks een rol spelen in het discours van de eigentijdse kunst. De groeiende westerse belangstelling voor ‘the other', die onder andere geconcretiseerd werd in de laatste, door de Nigeriaan Okwui Enwezor samengestelde Documenta in Kassel, gaat voorbij aan deze kunstuitingen, omdat ze als volkskunst of folklore worden beschouwd. Ze zouden zich niet bezighouden met eigentijdse thema's of erop gericht zijn de kunst verder te ontwikkelen. Ze zouden reactionair zijn, voor toeristen, maar niet voor de echte kunstliefhebber.
Deze tentoonstelling kan de discussie daarover wellicht nieuw leven inblazen.

Tekst: Rob Perrée, november 2005