Compilatie van alle deelnemende kunstenaars (samengesteld door Giovanni Piesco)
|
DE ARTISTIEKE KRACHT VAN NIGERIA"I have come to understand that everything around me is made up of colours. I know now that you can't do without art. Art is life and life is art. It has driven me to a greater level, making my dreams come true step by step." Oladimeji Alabi, 21 Veel tentoonstellingen van eigentijdse Afrikaanse kunst worden georganiseerd en samengesteld door Westerse curatoren. Daarbij kiezen ze vaak voor een groot deel uit het werk van kunstenaars die zich buiten Afrika hebben gevestigd. Om ideologische redenen - het discours over authenticiteit verdient een impuls - maar ook om praktische redenen - het is goedkoper. Op zich is daar niets op tegen. Een dergelijk uitgangspunt heeft diverse interessante en waardevolle presentaties opgeleverd. De vraag blijft echter of op die manier een representatief beeld wordt gegeven van de hedendaagse Afrikaanse kunst. Hebben de Westerse invloeden de Afrikaanse tradities teruggedrongen? Is een Westerse context fnuikend voor een Afrikaans historisch besef? Zijn oorspronkelijke identiteiten op drift geraakt? Heeft de Westerse markt zijn stempel gedrukt op het werk? Weliswaar moeilijk te beantwoorden vragen, maar wel terechte. ‘The Unbreakable Nigerian Spirit' toont werk van tien Nigeriaanse kunstenaars die in hun vaderland wonen en werken. Ze is georganiseerd door de African Artists' Foundation die gevestigd is in Lagos. Die stichting zorgt volgens haar website voor "the promotion of African art and artists and the promotion of public health issues and awareness". Voor deze tentoonstelling heeft ze een soort wedstrijd uitgeschreven, waarvoor in principe iedere Nigeriaan zich kon aanmelden. Een jury koos uiteindelijk de tien beste inschrijvers. Die mochten ieder met vijf werken deelnemen. Deze werkwijze verklaart waarom ‘The Unbreakable Nigerian Spirit' veel werken laat zien die een vermenging zijn van eigentijdse thema's, stijlen en vormen en Nigeriaans tradities. Een spannende combinatie. Wat Chinua Achebe is voor de Nigeriaanse literatuur is Tola Wewe (1959) voor de beeldende kunst van zijn land. Beiden zijn gerespecteerd, hebben internationale erkenning gevonden en fungeren als voorbeeld voor anderen. Beiden ook grijpen terug op de traditionele Afrikaanse vertelcultuur. Wewe brengt zijn figuren terug tot elementaire, kleurige vormen en maakt ze tot de hoofdrolspelers in de verhalen die hij zich uit zijn kindertijd herinnert. In die orale vertellingen spelen vertrouwde waarden - ‘The Family' uit 2004 bijvoorbeeld - een grote rol. Vertegenwoordigt Achebe de Igbo cultuur, in de schilderijen van Wewe zijn allerlei symbolen uit de Yoruba cultuur terug te vinden. Het zou me niet verbazen als Gbolahan Ayoola zich door Wewe heeft laten beïnvloeden. Ook hij zet zijn elementaire en kleurige figuren naast elkaar op het doek zonder zich zorgen te maken over zaken als perspectief en de situering in de tijd en in de ruimte. De hoofdpersonen van zijn verhalen zijn echter abstracter vormgegeven en omringen zich minder met de symbolen die voor Tola Wewe zo belangrijk zijn. Door die abstractie tilt hij zijn schilderijen naar een universeler, maar soms tevens raadselachtiger niveau. Bij Yomi Momoh zijn de menselijke figuren eveneens teruggebracht tot eenvoudige vormen. Opvallend is echter, dat veel van zijn vormen rond zijn en dat ze voornamelijk aan vrouwen toebehoren. Hij zegt zelf dat de vrouwenfiguur de ultieme schoonheid vertegenwoordigt. Zijn doeken zijn in feite een verzameling heldere kleurvlakken, die nu eens de vorm van mensen aannemen, dan weer de vorm van huizen, rivieren of andere elementen uit de (landelijke) omgeving. Die heldere beeldtaal leent zich uitstekend voor de muurschilderingen die Momoh regelmatig maakt. Binnen en buiten. Oladimeji Alabi (1987) is de jongste deelnemer. Hij heeft geen professionele opleiding genoten, maar het vak in de praktijk geleerd. Hij concentreert zich vooral op het schilderen van portretten en probeert daarbij uitdrukking te geven aan de gevoelens van zijn modellen. Door ongebruikelijke formele toevoegingen, geeft hij een persoonlijke toets aan het genre. Segun Aiyesan (1971) kiest ook voor een expressieve stijl om zijn menselijke figuren weer te geven. Hij concentreert zich vooral op de lichamen, minder dan op het hoofd. De houdingen geven inzicht in de persoonlijkheid. Op die dik geschilderde lijven plaatst hij tekens die alles weg hebben van een, voor mij onbekende taal. Soms haalt hij zijn thematiek letterlijk naar het heden door stukken krant (= taal) op het linnen te plakken. Daarmee geeft hij een geëngageerde lading aan werken die op het eerste gezicht ‘slechts' de kunstgeschiedenis lijken te parafraseren. De schilderijen van Emmanuel Dudu (1974) gaan over mensen in beweging. Realistisch weergegeven taferelen die zich echter afspelen tegen een achtergrond van kleurvlakken die een geraffineerd spel met elkaar spelen. Kleuren en vormen worden zó tegenover en naast elkaar geplaatst, dat ze diepte geven aan de actie op de voorgrond en dat ze de speelse aard daarvan lijken te onderstrepen. Door soms werken op te bouwen uit verschillende panelen versterkt hij dat principe. In de verfstreken zijn overigens traditionele Afrikaanse motieven te herkennen. Gerald Chukwuma (1973) is de enige in de tentoonstelling die sculpturaal werk maakt. Zijn uitgangspunt zijn langwerpige houten panelen. Die geeft hij aan de uiteinden een bepaalde vorm en vervolgens plaatst hij ze tegen elkaar. Daarop brengt hij kleuren aan. Veel kleuren. Uitermate kleurige kleuren. Op die sprekende ondergrond figureren soms menselijke vormen of talige tekens. Op een aantal werken bevestigt hij honderden stukjes van bier- en frisdrankblikjes. Alsof hij op die manier de rijke traditie en de moderne tijd met elkaar wil verbinden. ‘The Unbreakable Nigerian Spirit' telt drie kunstenaars die met het medium foto werken. Door dat medium, dat zich slecht leent voor traditionele toepassingen, wordt de tentoonstelling op een ook voor ons onmiddellijk herkenbaar niveau gebracht. Adolphus Opara (1981) sluit in zijn foto's aan op een inmiddels respectabele documentaire traditie. Zijn beelden van levendige, kleurrijke markten zouden voor kranten of tijdschriften kunnen zijn gemaakt. Toch slaagt hij erin daar een persoonlijke toon in aan te slaan. Hij fotografeert vanuit niet voor de hand liggende gezichtspunten, zodat hij de nadruk legt op objecten of handelingen die anders tot details zouden worden gereduceerd. Beperkt Opara zich tot het met een scherp oog registreren van zijn omgeving, Emeka Ogboh voegt aan zijn foto's (kunstmatig) een laag toe. Letterlijk, door beelden over elkaar heen te leggen. Figuurlijk, door via die dubbele laag kritiek te leveren op maatschappelijke omstandigheden. Met name aan machtsvertoon lijkt hij zich te storen. Hij heeft, zegt hij, voor het medium foto gekozen, omdat hij daarmee kunst en technologie dichter tot elkaar kan brengen. Emeke Obanor tenslotte, sluit in zijn fotowerken moeiteloos aan op grote voorgangers als Paul Strand, Edward Weston en Lee Friedlander. In zijn spel met de ruimte, met licht en schaduw, met zwart-wit en kleur slaagt hij erin de natuur van zijn land in een bijzonder daglicht te plaatsen. Veel van zijn foto's zijn verstild. Als er mensen op voorkomen dan zijn ze opgenomen in hun omgeving. Soms als schaduwen. In een aantal foto's verlegt hij de aandacht naar het contact tussen mensen. Dan ontstaat er de suggestieve aanzet tot een verhaal. Nigeria is een enorm land met een turbulente historie. Het heeft ongeveer 140 miljoen inwoners, is opgebouwd uit meer dan 250 etnische groepen die bij elkaar ruim 500 talen spreken. Sinds 1999 heeft Nigeria een democratische staatsvorm naar Amerikaans model, die overigens de onderlinge tegenstellingen niet tot het verleden laat behoren. Economisch groeit het land sterk, wat zeker niet betekent dat iedereen daar in gelijke mate van profiteert. Misstanden zijn er nog voldoende. ‘The Unbreakable Nigerian Spirit' is, de titel zegt het al, een tentoonstelling waaruit een opvallend optimisme spreekt. Waar dat uit voort komt is mij niet helemaal duidelijk. Deels zullen daar de veranderde politieke en maatschappelijke omstandigheden debet aan zijn. De geselecteerde werken duiden echter op een mogelijk andere oorzaak. Het lijkt erop dat het optimisme enerzijds gevoed wordt door een lange en rijke traditie en zich anderzijds gesteund weet door een open oog voor hedendaagse ontwikkelingen. De Nigeriaanse kunst staat in het heden, zonder voorbij te gaan aan het verleden. Tekst: Rob Perrée, Amsterdam, May 2008. Fotografie: Giovanni Piesco. Meer informatie over African Artists' Foundation: http://www.africanartists.org/ |
|

Compilatie van alle deelnemende kunstenaars (samengesteld door Giovanni Piesco)

Tola Wewe: Tribute to women, 2008, mixed media, acrylic, oil, ink on canvass, 45 x 60 cm.

Gbolahan Ayoola: Here we march on, 2008, acrylic on canvass, 120 x 120 cm.

Yomi Momoh: Untitled, 2008, acrylic on canvass, 98 x 68 cm.

Dimeji Alabi: The Unbreakable Nigerian Spirit, 2008, oil on canvass, 100 x 75 cm.

Segun Aiyesan: Broken II, 2008, acrylic on textured canvass, 120 x 152 cm.

Emmanuel Dudu: When we were kids, 2008, 7 panels, acrylic on canvass, 170 x 117 cm.

Gerald Chukwuma: Lagos 1, 2008, burnt wood relief, metal sheet, acrylic, 115 x 180 cm.

Adolphus Opara: Lagos, Sea of tomatoes, 2008, photo, 66 x 94 cm.

Emeka Ogboh: Oppressions, 2008, new media, 62 x 66 cm.

Emeke Obanor: The Defiant, 2008, photo, 66 x 94 cm.
|