Galerie 23
de40eurogalerie
Zoeken
 

Zoek in de40eurogalerie en sbk.nl

SOULTAPPING

25 oktober - 6 december 2009  

Maakt het uit dat je elders geboren bent en een andere huidskleur hebt?

Van 25 oktober t/m 6 december presenteert Galerie 23 werken van

Michele Tabor (Amsterdam/ Zuid-Afrika)
Machyta Giebels (Rotterdam/ Equatoriaal Guinee)
Nicolet Brouwn (Amsterdam / Suriname)

De tentoonstelling, een initiatief van Nicolet Brouwn, wordt op zondag 25 oktober om 16 uur geopend door Alex van Stipriaan, hoogleraar Caribische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit en conservator Latijns Amerika en de Cariben van het Tropenmuseum in aanwezigheid van de kunstenaars.

Fons Geerlings heet u van harte welkom bij de opening.
Roots en Routes: tekst Alex van Stipriaan.


SOULTAPPING


Werk van Nicolet Brouwn, Machyta Giebels en Michele Tabor

SOULTAPPING

Is leven in diaspora een vorm van herleven? Betekent het achterlaten van je oorspronkelijke cultuur dat je, als vanzelfsprekend, de behoefte blijft voelen om er in je werk op terug te komen? Is het zoeken naar identiteit een gegeven? Is integratie dan een loos begrip? Maakt het uit waar je geboren bent als je huidskleur afwijkt van de omgeving waarin je opgroeit? Hoe gaan kunstenaars om met een slavernijverleden? Hoe speelt een Apartheidsverleden door in werk? Heeft de groeiende internationale belangstelling voor ‘de ander’ daar invloed op? Welke rol speelt de Obamisering? Wordt het geen tijd ‘kleurloos’ werk te maken of moet de andere, oorspronkelijke cultuur zichtbaar blijven? Hoe vrij is een kunstenaar met een andere huidskleur of met een anderszins (raciaal) beladen herkomst? Raken behoeftes en verwachtingspatronen verstrengeld? Deze en andere vragen dringen zich bij mij op bij deze tentoonstelling, waarin drie kunstenaars met een (ver) Afrikaans verleden werk laten zien.

Michele Tabor (1951) is geboren Johannesburg. Hoewel ze al jaren in Nederland woont, kijkt ze nog steeds terug naar haar vaderland. Met bezorgdheid. Ze weet dat met de afschaffing van de Apartheid de problemen niet zijn verdwenen. Het land is weliswaar veranderd, maar onstabiel gebleven. Vooral jonge mensen, zwart zowel als blank, zijn kwetsbaar. Hun toekomst is onzeker. De omstandigheden beslissen. Ze drukt haar bezorgdheid uit in (vet)krijttekeningen waarop stoere jongeren omringd worden door verleidingen van allerlei aard. Hoewel hun omgeving op zich geen herkenbare identiteit heeft – een manier om de problematiek universeel te maken - spreken bepaalde elementen daarin (paaldanspaal bijvoorbeeld) een duidelijke taal. Haar tekeningen zijn vaak langwerpig. De afgebeelde figuren richten zich op tegen de randen. Daardoor doen ze denken aan standbeelden. Een subtiele manier om uitdrukking te geven aan de bewondering die Tabor voor deze kwetsbare jonge mensen heeft. Door haar figuren enigszins te deformeren en door zich goeddeels te onttrekken aan de wetten van het perspectief, dwingt ze de kijker zich op de inhoud van haar werk te richten.

Hoewel Machyta Oko Giebels (Nijmegen, 1978) zich in diverse disciplines uitdrukt - foto’s, schilderijen, zeef- en andere drukken, lichtwerken etc. - laat hij in deze tentoonstelling vooral ‘sculptings’ zien. Dat zijn werken die het midden houden tussen een schilderij en een wandsculptuur. Hij schildert en drukt op en krast vervolgens in een soort cement (mortel in combinatie met pigmenten en bindmiddelen). Het resultaat zijn tactiele reliëfschilderijen die doen denken aan historische grottekeningen. Evenals Tabor verbeeldt Giebels vooral mensen, maar bij hem zijn het veelal slachtoffers van geweld en van machtspolitiek. De massamedia leveren hem daarvoor, gevraagd en ongevraagd, een eindeloze stroom voorbeelden. Zijn afkomst – zijn vader vluchtte uit Equatoriaal Guinee - is af te lezen uit een serie portretten en ‘faces’ van bekende (Frederick Douglas o.a.) en onbekende zwarten. Vaak op een monochrome ondergrond (zoals de fotoportretten van de Amerikaanse Carrie Mae Weems). De serie is een indirecte zoektocht naar zijn eigen identiteit. De foto’s die hij maakte in Equatoriaal Guinee, zijn daarentegen een documentair verslag van de cultuur die hij via zijn vader heeft meegekregen. Ze zijn een bestaansbewijs.

De expressionistisch geschilderde werken op papier van Nicolet Brouwn (1964, Paramaribo) hebben meestal vrouwen tot onderwerp. Zwarte vrouwen, sterke vrouwen, potente vrouwen, vrouwen die hun aanwezigheid zichtbaar en voelbaar willen maken. Ze worden in een levendige omgeving geplaatst, waarin allerlei referenties doorschemeren. Soms weet ik ze thuis te brengen, vaak ook niet. De omgeving is echter vooral de context van een opwindend verhaal. Een verhaal zonder een echt begin en met een open einde. Dat laatste wordt geaccentueerd door de manier waarop Brouwn werkt. Haar ‘schilderijen’ lijken nooit af. Ze blijft eraan doorwerken. Door delen over te schilderen, maar ook door er nieuwe beeldelementen op te plakken. Nu eens zijn dat delen van foto’s, dan weer van bestaande, beschilderde stukken papier die uit andere werken afkomstig zijn. Zo ontstaan collages die haast letterlijk van geen ophouden weten. Maakt ze daarmee het verhaal van de zwarte vrouw tot een oneindig verhaal? Het zou kunnen. Of verbeeldt ze de Surinaams-Afrikaanse vertelcultuur waarbij de toehoorders gewend zijn om de verhalen af te maken en op hun eigen manier door te vertellen? Het zou me niet verbazen.

In het werk van Tabor, Brouwn en Giebels laten Afrika en Suriname zich onmiskenbaar zien. Nog steeds of onvermijdelijk? Dat valt moeilijk te zeggen. Alledrie brengen ze hun persoonlijke problematiek naar een universeel niveau. In hun manier van werken zijn zwarte en blanke tradities met elkaar verweven. Mensen zijn bij allen het uitgangspunt. Ze roepen alledrie vragen op over identiteit en culturele achtergrond.
Mede daardoor halen ze de kijker over om een actieve rol te spelen.

Rob Perr�e, Brooklyn, Parijs, juli 2009.

SOULTAPPING
SOULTAPPING


Michele Tabor: The Valley, Working Girl, 2009, oilbar op (zwaar) papier, 55,5 x 140 cm.
Michele Tabor: The Valley, Working Girl, 2009, oilbar op (zwaar) papier, 55,5 x 140 cm.


Michele Tabor (foto door Giovanni Piesco)
Michele Tabor (foto door Giovanni Piesco)


Machyta Giebels: Las Grimas Negras, 2009, mixed media / sculpting, 186 x 122 cm.
Machyta Giebels: Las Grimas Negras, 2009, mixed media / sculpting, 186 x 122 cm.


Machyta in zijn atelier
Machyta in zijn atelier


Nicolette Brouwn: Toxic volumes, 2009, olie en pastelkrijt op papier, 100 x 75 cm.
Nicolette Brouwn: Toxic volumes, 2009, olie en pastelkrijt op papier, 100 x 75 cm.


Nicolette Brouwn
Nicolette Brouwn




Websites van de kunstenaars / Roots & Routes