|
‘Het is buigzaam, maar niet te slap’, zegt beeldhouwer Simon Oud (1956) over zijn favoriete voor een beeldhouwer ongebruikelijke materiaal zink. ‘Zink is gewillig’. Hij laat het niet gieten, maar werkt met zinken platen, die hij buigt, walst, knipt, zaagt, soldeert en patineert. In 1991 studeerde Oud af aan de Gerrit Rietveld Academie in de discipline Monumentale Vormgeving, hoewel hij in 1986 zijn opleiding begon in de discipline schilderen. Zijn grote inspiratiebron is het polderlandschap van West-Friesland, waar hij opgroeide. Hoe hij in polders als de Beemster de ruimte heeft ervaren en nog steeds ervaart wil hij vormgeven. Aanvankelijk met verf op doek, maar al gauw met zwart steenkoolpigment en dikke parketlak. Niet de schildering maar het materiaal vormden het belangrijkste beeldend element van zijn steeds dikker wordende schilderijen. Maar het duurde tot 1995 voor hij zijn eerste sculpturen van zinken platen maakte. En die maakt hij – we schrijven zomer 2006 – nog steeds. Schilderen doet hij nu op het oppervlak van zijn sculpturen door het aanbrengen van patin. Wellicht maakt hij vanuit die schilderachtergrond ook graag wandobjecten. Model voor zijn sculpturen staan agrarische bouwwerken die met hun gesloten vorm sterk contrasteren met het weidse landschap. Oud is gefascineerd door de grens tussen vorm en ruimte. Dat vertaalt zich in formele tegenstellingen als hol en bol, vorm en restvorm, buiten- en binnenruimte.
Oud heeft het werken in twee dimensies niet helemaal vaarwel gezegd. In Galerie 59 exposeert hij in september 2006 een aantal tekeningen. De tekeningen, veelal inkt en krijt op papier, tonen dezelfde formele tegenstellingen als de beelden. Overeenkomst is verder dat beide in series van meerdere exemplaren ontstaan. Zo zijn er op de expositie drie series tekeningen te zien. Een eerste serie uit 2006 kenmerkt zich door een raster van zes blokken. Door gebruik te maken van water laat Oud de inkt om de randen van de blokken uitvloeien. Als kijker word je onmiddellijk herinnerd aan kavels weiland omringd door organische dijken. Het overheersende grijsblauwe groen doet denken aan sloten. Verwant is een serie van zes kleine wandobjecten, geometrische blokvormen met een bolle kant die een groengrijzige fluwelen huid bezitten.. Die fluwelige kwaliteit is de sculpturale equivalent van het vervloeien in de tekeningen. Een tweede serie kleine tekeningen, ook uit 2006, bestaat uit één blok. In deze serie heeft Oud gebruik gemaakt van strakke geometrische sjablonen. De uitgespaarde vormen heeft hij donker ingekleurd en omgeven met een heel fijn lijntje. De randen heeft hij weer laten vervloeien. Een derde serie dateert uit 2004. Drager is prachtig dun bijna transparant papier uit Nepal dat structuur bezit door kleine onzuiverheden. De door sjablonen verkregen vormen, die doen denken aan architectuurplattegronden, heeft Oud hier blanco gelaten. Door het water is niet alleen de inkt vervloeid maar is ook het papier ietsje gerimpeld, wat de kwetsbaarheid ervan nog eens benadrukt.
Hoewel de verwantschap met de sculpturen groot is, zijn de tekeningen van Oud beslist geen voorstudies voor beelden, maar autonome tekeningen van een beeldend kunstenaar die behalve beeldhouwer ook tekenaar is.
Tekst: Sya van ’t Vlie.
Bronnen: Frank van der Ploeg: Plattegronden in drie dimensies, in kM winter 2004, Simon Oud en Hanne Leijsen: Simon Oud, 2001, en Martha Dirkmaat-Planting: De polder is maar geleend land, in: Noordhollands Dagblad 01/03/2004.
|