|
Ben-Jacov, die is opgeleid aan het Nova Scotia College of Art & Design in Hallifax (Canada) en de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam, is begonnen als juwelier. Vanuit die achtergrond is hij ertoe gekomen zijn 'body sculptures' te maken. Ze zijn bedoeld om te worden gedragen, niet als een statisch maar als een bewegend sieraad, dat zo het verlengde wordt van zijn drager. In de 'body sculptures' staat de mens centraal in een eigen ruimte in de ruimte. Dit heeft een zekere distantie tussen de kijker en de figuur in de sculptuur tot gevolg. De kijker ervaart de sculptuur die de danser voor hem laat bewegen als een toeschouwer, in plaats van rondom een driedimensionaal werk te lopen om het van alle kanten te kunnen zien. Vorm en materiaal bepalen wat de danser met de sculptuur kan doen en hoe. Maar het is Ben-Jacov die de vorm en het materiaal kiest en de choreografie voorschrijft. De door hem voorgeschreven bewegingen veranderen het werk, complementeren het als het ware. Toch voldoen ze ook als autonome sculptuur omdat ze een eigen 'kunstig' effect bezitten.
Tussen de verschillende soorten werk bestaat een sterke onderlinge verwantschap. Zo zijn beelden als Combine (1993-94) een letterlijke vertaling van een dans met een 'body sculpture' in een autonome sculptuur, terwijl in Half (1996) een 'halve' constructivistische sculptuur een halve staande mannentors completeert. De constructivistische helft geeft zonder te worden geactiveerd door een danser, wel de suggestie van de beweging van een 'body sculpture', wat een spanning tussen dynamische abstractie en statische figuratie oplevert. Andere non-figuratieve beelden hebben dankzij hun horizontaliteit meer weg van driedimensionale abstracte stillevens. In de wandobjecten wordt met de elementen waaruit ze zijn opgebouwd een verhaal geënsceneerd. Die elementen zijn soms door Ben-Jacov gemaakte mensfiguurtjes en objectjes, waaronder vaak een stoeltje of rijtje/kringetje van stoeltjes. Maar veelal gaat het om 'objets trouvé's' zoals de veelvuldig gebruikte suikerklontjes. Interessant is dat die elementen soms buiten hun lijst treden, waardoor het verhaal nog meer weg heeft van een scene.
Autonome installaties als Palais de Justice zijn in zich zelf besloten ruimtes met ook een eigen verhaal. Net als de 'body sculptures' zijn ze een ruimte binnen de ruimte waarin ze staan opgesteld, maar dan zonder dansende performer. Anders van sfeer is Forest (1993-98). Deze installatie bestaat uit een woud van bollen met daarop balancerende mensfiguurtjes. De bollen zijn geprikt op dunne staafjes van verschillende lengte, waardoor ze lijken te zweven, wat het gebalanceer van de mannetjes extra nadruk geeft. Door zijn neiging tot beweging is deze installatie verwant aan de 'mobiles', die een tussenpositie innemen tussen de statische beelden en de bewegende 'body sculptures'.Tekst: Sya van 't Vlie |
|



|