Maurice Christo van Meijel: Waterlanders, 2010, inkt en potlood op papier, 57 x 77 cm (verkocht).
|
|
Nieuw werk van Maurice Christo van Meijel (& Co)
VAN LANDSCHAPPEN DE DINGEN DIE VERANDEREN
Ruim drie jaar geleden schreef ik over de (geschilderde) tekeningen van Maurice Christo van Meijel: “Van Meijel heeft (…..) een verstandshuwelijk met het landschap. Op het moment dat hij een werk opzet, ontstaan er al snel vlakken, patronen en kleuren. Die vinden weliswaar hun oorsprong in luchten, horizonnen en stukken land, maar het zijn tevens vormen. Vormen die vragen om andere vormen, vormen die zoeken naar een balans of juist naar een schurend contrast, vormen die zich op een plat vlak tot elkaar moeten verhouden.”
Hoewel deze woorden niet helemaal verouderd zijn, zou ik ze nu niet meer zo formuleren. De formele benadering die eruit spreekt, is minder formeel geworden. De kunstenaar heeft niet meer de behoefte het landschap dat hem op Texel omringt in de hand te houden, te vangen en, later in zijn atelier, in een vorm te gieten. Hij gaat er veel losser mee om. Nog steeds is de horizon het uitgangspunt. Nog steeds moeten de onder- en bovenkant van het werk elkaar zo opzoeken dat er spanning ontstaat. Ze moeten elkaar onder druk zetten, ze moeten het zoeken naar balans zichtbaar maken. Door het toepassen van een neerwaartse druppeltechniek zijn de luchten bij diverse werken echter een soort gordijnen geworden. Voorgordijnen. Ze schermen enerzijds af, maar ze ontnemen de kijker niet het volledige zicht op de luchten. De zandvlakte die zich tot de horizon uitstrekt krijgt door het gordijn de allure van een schouwtoneel. De ronde vormen op het strand, die ongetwijfeld in oorsprong zijn afgeleid van zandhopen of van schelpen, verliezen die oorspronkelijke betekenis en worden als acteurs op het toneel. Ze hebben geen identiteit, ze hebben slechts een organisch uiterlijk, maar ze lijken zich te bewegen. Alsof ze elkaar opzoeken. Het geheel wekt de indruk alsof er een levendig, surrealistisch toneelstuk wordt opgevoerd. Het minimale theater van Samuel Beckett dringt zich schoorvoetend aan me op. Bij een aantal werken voert Van Meijel de ontmanteling van de werkelijkheid zo ver door, dat de natuur verandert in twee beweeglijke abstracte vlakken – het ene opgebouwd uit verticale lijnen, het andere uit horizontale – die elkaar ergens boven het midden raken. Over minimaliseren gesproken. Omdat Van Meijel zijn thema - het landschap - losser, vrijer en vanuit een grotere zekerheid is gaan behandelen, kwam hij op de gedachte er verder mee te experimenteren. Hij besloot het te verplaatsen naar een andere drager: ceramische borden. Dat impliceerde dat het zich moest voegen naar ronde vormen. Bovendien werd het van een kunstvoorwerp een gebruiksvoorwerp. Die transformatie is wonderwel gelukt, omdat de kunstenaar het aantal beeldelementen heeft beperkt. Het landschap loopt niet van de borden af, het centreert zich, het zoekt zijn toevlucht tot het midden.
Maurice Christo van Meijel is gewend om in zijn tweede beroep – vooral curator en galeriehouder – intensief samen te werken met kunstenaars, het eens te worden over selecties en in samenspraak tentoonstellingen in te richten. Dat bracht hem ertoe ook bij het tot stand komen van zijn eigen werk samen te werken met een andere kunstenaar. Hij besloot samen met Barbara Guldenaar borden, schalen en vazen van afbeeldingen te voorzien. Ze pasten hun beeldtaal niet aan elkaar aan, ze lieten de twee verschillende beeldtalen op elkaar los. De haast frivole, impulsieve, fantasierijke en figuratieve stijl van Guldenaar speelt een spel met de abstracte landschapfragmenten van Van Meijel. Ze geven haar figuren een podium. Voor deze tentoonstelling heeft hij ook Marian Smit uitgenodigd. Niet om samen objecten of andersoortige werken te maken, maar om haar ruimtelijke, papieren objecten in zijn ruimte te presenteren. Opnieuw lijkt er hierbij sprake van een confrontatie van twee stijlen of talen. In vergelijking tot de mobiele, maar conceptuele werken van Smit, zijn de landschappen van Van Meijel opeens heel realistisch, terwijl ze dat, zoals ik eerder zei, eigenlijk helemaal niet zijn.
Ruim drie jaar geleden had ik het over “schurende contrasten” binnen zijn werk. Het lijkt erop dat hij die nu ook wil opzoeken in de fysieke ruimte waarin hij zijn landschappen presenteert. Hij durft dat aan, omdat hij zekerder is over zijn werk, omdat hij daarbij een vorm gevonden heeft die hem niet bindt maar vrijheid geeft. Ik ben benieuwd op welke woorden ik bij een volgende tentoonstelling moet terugkomen. Helemaal of gedeeltelijk.
Tekst: Rob Perrée (Amsterdam, oktober 2011).
___________________
Barbara Guldenaar
De samenwerking met Barbara Guldenaar (Krommenie, 1971) ontstond in HARING (2011) en wordt met deze expositie op een logische manier verlengd. Meer werk van Guldenaar op haar weblog.
Guldenaar (1971) vertelt haar verhalen meestal in een combinatie van twee technieken: de aquarel en de krijttekening. Soms ontbreekt de tekening en staan de waterige kleurvlakken op eigen benen. Haar tekeningen – soms op papier, soms op keramische vormen – hebben een vriendelijke uitstraling. Kleurige, vaak zachte vormen in een veld van wit. Figuren die op de een of andere manier in contact met elkaar (willen) staan. Ze lijken herkenbaar, vertrouwd. Toch is die eerste indruk misleidend. Wat lijkt op een scène uit de werkelijkheid is veel meer een flard werkelijkheidssuggestie. Wat ik denk te zien is niet wat ik echt zie. Een figuurtje op een wolk heeft in iedere hand een draad. Links zit er een vogel op, rechts een aapje. Is die figuur met kaboutermuts een vrouw of een man? Of een fantasiefiguur? Waar komen die draden vandaan? Waar gaan ze naartoe? Hoezo op een wolk? Wat gebeurt er nou eigenlijk?
Marian Smit
Van Meijel werkte eerder samen met Marian Smit (Wassenaar, 1944) in HARING (2010), HARING (2011) en in de gezamelijke installatie die te zien was in Galerie 14-16 Posthuys Texel. Meer werk van Smit op haar website.
Smit (1944) werkt voornamelijk met papier. Haar ingenieuze objecten en fragiele bouwwerken maken nieuwsgierig. Verwarrend als een puzzel maar tegelijk helder en transparant. Haar werk is moeilijk in een bepaald vakje te stoppen want haar kunst overschrijdt de grenzen van de beeldhouwkunst, architectuur en schilderkunst. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er inmiddels ook internationaal veel belangstelling is voor haar werk. |
|

Maurice Christo van Meijel: Waterlanders, 2010, inkt en potlood op papier, 57 x 77 cm (verkocht).

Maurice Christo van Meijel: Waterschapsheuvel, 2011, schildering op keramiek, doorsnede 32 cm (verkocht).

Maurice Christo van Meijel: zonder titel, 2010, inkt en kleurpotlood op papier, 57 x 77 cm (verkocht).

Maurice Christo van Meijel: Polderlandschap, 2011, schildering op keramiek, doorsnede 51 cm (verkocht).

Maurice Christo van Meijel: Treinreis, 2011, schildering op keramiek, doorsnede 32 cm.

Maurice Christo van Meijel: zonder titel, 2011, inkt, aquarel en potlood op papier, 57 x 77 cm.

Maurice Christo van Meijel: 1x Pexter Grey, 2011, borduurwerk (uitgevoerd door Marjan de Veer), 40 x 40 cm.

Barbara Guldenaar en Maurice Christo van Meijel: rozenvaasjes 2 en 3, 2011, schildering op keramiek, hoogte 18 cm (verkocht).

Marian Smit: zonder titel, 2011, papier, kralen en ijzergaren, circa 100 x 50 x 30 cm.

Marian Smit: zonder titel (detail), 2011, papier, kralen en ijzergaren, circa 100 x 50 x 30 cm.
|